
De twaalf verspieders deden meer dan het land verkennen
Verspieders, of spionnen, worden uit het volk gekozen. Twaalf in totaal, uit iedere stam één. Onder hen bevinden zich Kaleb en Hosea, of Jozua, de zoon van Nun. Zij moeten het land verspieden. Dat woord komt van de woordstam Tor, het begin van Torah,







