Blijven geloven in je kinderen, ook als zij de kerk loslaten

Waarom predikant Henk Fonteijn pleit voor vertrouwen, openheid en een kerk die ruimte laat voor twijfel.
Tien jaar na het verschijnen van Als je kinderen niet meer gaan komt predikant Henk Fonteijn met een herziene en uitgebreide editie: Blijven geloven in je kinderen – ook als zij de kerk loslaten. Het is een boek dat raakt aan een van de meest gevoelige thema’s binnen gelovige gezinnen: wat doe je wanneer je kinderen afscheid nemen van de kerk die voor jou zo betekenisvol is? Het nieuwe boek is meer dan een update. Het is een persoonlijk, eerlijk en soms ontroerend verslag van een vader, opa en gelovige die zijn eigen zoektocht niet schuwt. Fonteijn schrijft niet als dominee die de kerk verdedigt, maar als mens die probeert het geloof vast te houden in een wereld vol vragen.
Dragende gemeenschap
In de eerste 12 hoofdstukken beschrijft Fonteijn waarom de kerk voor hem een bron van kracht en troost blijft. Niet omdat hij predikant is. Die rol schuift hij bewust naar de achtergrond. Wel omdat hij na zeventig jaar leven ervaart hoe waardevol liturgie, zingen en de ontmoeting met medegelovigen én medetwijfelaars kunnen zijn. De kerk, zegt hij, is voor hem een plek waar geloof handen en voeten krijgt. Niet als instituut met hokjes, maar als gemeenschap die mensen draagt.
Tegenstem
Opvallend in het boek is de ‘tegenstem’ die elk hoofdstuk afsluit. Een kritische, soms scherpe stem die Fonteijns eigen betoog bevraagt. Waarom die keuze?
Omdat die stem, zegt hij, zijn eigen innerlijke gesprek verwoordt. Het is geen duiveltje op zijn schouder en ook geen atheïstische tegenstander, maar de stem van twijfel die juist sterker wordt wanneer geloof te stellig of dogmatisch klinkt. Door die stem het laatste woord te geven, laat Fonteijn zien dat geloof en twijfel geen vijanden zijn, maar reisgenoten.
Nadruk op wat blijft
Het boek kwam opnieuw in de belangstelling dankzij ruime aandacht in Visie, het programmablad van de EO. Het hoofdartikel is met toestemming integraal opgenomen in het boek, maar is ook hier online te lezen. Dat journalisten na bijna tien jaar opnieuw bij hem aanklopten, verraste Fonteijn. Maar de thematiek is actueler dan ooit. De nieuwe titel is bewust positiever: Blijven geloven in je kinderen legt de nadruk op wat blijft, niet op wat verloren lijkt. Het boek richt zich op ouders en grootouders die verdriet of zorg ervaren over kerkverlating, maar het nodigt ook uit tot gesprek tussen generaties. Niet over kerkgang als verplichting, maar over de bronnen waaruit we vandaag putten.
Ouders die meebewegen
Voor dit boek sprak Fonteijn opnieuw met zijn kinderen en schoonkinderen. Hun openheid raakte hem, maar soms ook pijnlijk. Zijn Oekraïense schoondochter, die moest vluchten na de Russische invasie, is door de oorlog diep verwond. Omdat religie in dat conflict een bedenkelijke rol speelt, is zij tot de harde conclusie gekomen dat godsdienst eerder een vloek dan een zegen is. Tien jaar geleden klonk haar kritiek ook, maar minder fel. Tegelijk ziet Fonteijn dat sommige van zijn kinderen, nu ze zelf ouder worden, opnieuw grijpen naar het religieuze erfgoed uit hun jeugd. Geloof beweegt, verandert, verschuift. En dat geldt voor elke generatie.
Troost, herkenning en een uitnodiging tot gesprek
Het boek wil ouders geruststellen, maar niet met makkelijke antwoorden. Fonteijn hoopt dat het gesprek tussen ouders en kinderen juist verder reikt dan de vraag of iemand nog naar de kerk gaat. Waar putten we vandaag uit? Wat geeft ons houvast? Wat dragen we elkaar aan? Dat zijn de vragen die volgens hem werkelijk verbinden.
Terug naar het gesprek
Voor mensen zonder enige kerkelijke achtergrond kan het boek soms ‘Chinees’ klinken, erkent Fonteijn eerlijk. Toch merkt hij dat nieuwsgierigheid naar geloof vaak blijft bestaan, ook bij wie nooit in de kerk zat. De vriend van zijn jongste dochter haakte af bij de kerkelijke taal, maar stelt wél regelmatig vragen over geloof. Misschien is dat precies de beweging die Fonteijn voor ogen heeft: niet per se terug naar de kerk, maar terug naar het gesprek.
Een vaderlijke zegen als slotakkoord
Het boek eindigt met een persoonlijke zegen, geïnspireerd door Huub Oosterhuis: "...om voor elkaar zo goed als God te zijn." Voor Fonteijn is God voor velen, ook voor hemzelf, vooral een mysterie. Maar goedheid, liefde, trouw en zorgzaamheid zijn woorden die iedereen begrijpt. In die deugden ziet hij iets van wie God is. En dat is wat hij zijn kinderen en kleinkinderen wil meegeven: dat we voor elkaar kunnen zijn wie we ten diepste hopen dat God voor ons is.






































Praatmee