Ds. Niek Tramper gaat sterven: "Ik bevind me nu in de laatste levensfase"

Predikant en theoloog Niek Tramper (72) heeft via LinkedIn bekendgemaakt dat hij zich in de laatste fase van zijn leven bevindt. De oud-medewerker van onder meer de GZB schrijft dat verdere behandeling van zijn agressieve vorm van kanker niet meer mogelijk is. "Door de ziekte die mijn lichaam afbreekt, bevind ik me nu in de fase van de afronding van mijn leven en van afscheid nemen van alles en allen die mij dierbaar zijn."
Tramper laat weten dat de chemotherapie niet meer aanslaat en dat andere behandelingen geen uitkomst meer bieden. "Eventuele andere behandelingen bleken niet meer mogelijk te zijn, behalve dan palliatieve pijnbestrijding bij deze agressieve vorm van kanker."
Hoewel zijn lichamelijke toestand snel achteruitgaat, ervaart hij geestelijk veel rust en troost. "Fysiek hol ik achteruit, en dat maakt verdrietig. Mentaal en geestelijk ervaren we veel troost. Zoals bij de woorden uit Romeinen 8: 'Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tegenwoordige wereld niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worden'. C.S. Lewis schreef er een prachtig essay over: The Weight of Glory."
Dankbaarheid overheerst
In zijn afscheidsbericht kijkt Tramper met dankbaarheid terug op zijn leven. "Als ik mijn leven overzie, gaat het door het 'bad van de dankbaarheid'." Hij noemt als eerste "het voorrecht op te groeien in een veilig gezin in een dorp op Zuid-Beveland", waar hij "dwalend in het intieme Zeeuwse landschap" vrienden voor het leven vond. Ook zijn studietijd in Wageningen noemt hij een blijvende bron van vriendschap.
Een beslissend moment was zijn bekering tijdens zijn studententijd. "Christus die mij vond dolend langs onbegaanbare wegen, tijdens mijn studietijd in Wageningen, mede door de christelijke studentenvereniging C.S.F.R. Het veranderde mijn leven voorgoed." Met veel liefde spreekt hij over zijn vrouw Jenny van Leeuwen. "In haar is mij het beste overkomen dat mij in dit tijdelijk leven ten deel viel."
Ook zijn werkzame leven stemt hem dankbaar. Hij noemt de studie theologie, het studentenwerk van IFES, zijn jaren op De Wittenberg, zijn betrokkenheid bij de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) en de Europese Evangelische Alliantie. Het meest heeft hij echter geleerd van zijn werk als gemeentepredikant. "Het was een bijzondere vreugde om zowel in Vlaardingen als in Delft veel mensen te begeleiden op de weg naar Christus."
Moed houden
Ondanks het naderende afscheid schrijft Tramper dat hij en zijn vrouw blijven genieten van de gewone dingen van het leven. "We houden moed en blijven genieten van al wat mooi, waar en goed is om ons heen, onze tuin in bloei, het maken van een nieuwe geurige zeep (Jenny), de gesprekken met familie en vrienden. Zolang het nog kan!" Hij wenst zijn volgers Gods zegen toe. "Het ga je goed, zegen en vrede, nu, straks en alle dagen."
Tramper maakte eerder dit jaar in interviews met het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad openlijk bekend dat hij ongeneeslijk ziek is. Bij hem werd uitgezaaide prostaatkanker vastgesteld, met uitzaaiingen in zijn botten.
In een interview met het Reformatorisch Dagblad vertelde hij dat schrijven hem helpt om zijn ziekte onder ogen te zien. "Schrijven is voor mij een manier om dingen niet te ontwijken. Ik wil het lijden in het gezicht zien." Ook zei hij dat de ziekte zijn dankbaarheid heeft verdiept. "Ik ben gaan zien hoeveel goeds mijn vrouw en ik hebben gekregen in onze kinderen, kleinkinderen, vrienden, in het werk dat ik heb mogen doen." Tegenover het RD sprak hij ook over zijn hoop: "Dat ik niet zomaar ziek ben, dat God de ziekte tot Zijn eer gebruikt."
In het Nederlands Dagblad liet Tramper weten hoe het besef van zijn naderende levenseinde zijn manier van leven heeft veranderd. "We zijn geroepen om leven aan onze dagen toe te voegen in plaats van dagen aan ons leven." Hij beschreef hoe hij bewust meer tijd doorbrengt met zijn vrouw, kinderen, vrienden en kleinzoon. Ook maakte hij duidelijk dat hij ondanks zijn ziekte bleef preken in gemeenten die hem dierbaar zijn, zolang zijn gezondheid dat toeliet.



































Praatmee