Voormalig atheïst kwam door wetenschappelijke ontdekkingen tot geloof in God

De Amerikaanse natuurkundige Michael Guillén was jarenlang overtuigd atheïst. Nu zegt de voormalig Harvard-docent dat wetenschappelijke ontdekkingen hem uiteindelijk tot geloof in God hebben gebracht. Dat schrijft The Christian Post.
Guillén bouwde een indrukwekkende wetenschappelijke loopbaan op. Hij studeerde aan Cornell University, behaalde doctoraten in natuurkunde, wiskunde en sterrenkunde, gaf les aan Harvard University en werkte als wetenschapsredacteur voor ABC News. Lange tijd gold de wetenschap als de hoogste autoriteit in zijn leven.
In zijn nieuwe documentaire The Invisible Everywhere: Believing Is Seeing vertelt Guillén over zijn persoonlijke reis van het atheïsme naar het christelijk geloof. Volgens hem begon die ontwikkeling toen hij tijdens zijn studie ontdekte dat de werkelijkheid veel groter is dan wat mensen kunnen zien.
Een belangrijke rol speelde de ontdekking van donkere materie. Wetenschappers gaan ervan uit dat deze onzichtbare materie, samen met donkere energie, ongeveer 95 procent van het universum uitmaakt. Voor Guillén was dat een confronterend inzicht. “Toen besefte ik dat het motto ‘zien is geloven’ niet standhoudt”, zegt hij. “Een groot deel van het universum kunnen we niet eens zien, maar we weten wel dat het bestaat.”
Op zoek naar antwoorden verdiepte Guillén zich in verschillende religies en levensbeschouwingen. Hij bestudeerde onder meer het hindoeïsme, de islam en het jodendom. De beslissende stap kwam toen een medestudente hem uitdaagde om de Bijbel te lezen. Die studente, Laurel, werd later zijn vrouw.
Hoewel hij aanvankelijk met tegenzin begon te lezen, maakte vooral het Nieuwe Testament grote indruk op hem. Tegelijkertijd hield hij zich bezig met de studie van de kwantummechanica. Volgens Guillén zag hij overeenkomsten tussen de volgens hem ogenschijnlijk paradoxale uitspraken van Jezus en de verrassende principes die hij in de natuurkunde tegenkwam.
Toch leidde dat niet direct tot een bekering. Naar eigen zeggen duurde het nog ongeveer twintig jaar voordat hij zich volledig tot het christelijk geloof wendde.
Tijdens zijn carrière merkte Guillén dat christenen binnen wetenschappelijke kringen niet altijd serieus werden genomen. Zo herinnert hij zich een gesprek tussen collega’s over Nobelprijswinnaar Robert Millikan. Een van de aanwezige wetenschappers deed diens prestaties af met de opmerking dat hij christen was. Die neerbuigende houding maakte diepe indruk op Guillén.
Lange tijd hield hij zijn groeiende geloof daarom grotendeels voor zichzelf. Tegenwoordig doet hij dat niet meer. Op universiteiten over de hele wereld spreekt hij over de relatie tussen geloof en wetenschap en gaat hij in gesprek met studenten.
Volgens Guillén zijn veel jongeren niet vijandig tegenover het christelijk geloof, maar juist nieuwsgierig naar vragen over waarheid, betekenis en het bestaan van God. Hij benadrukt dat de wetenschap en het geloof elkaar volgens hem niet hoeven tegen te spreken.
De wetenschapper op bovenstaande foto betreft niet Michael Guillén.









































Praatmee