Handelingen onder de loep: kloppen de feiten van Lukas?

De bekendste geschiedschrijver van de Bijbel is Lukas, de auteur van het gelijknamige evangelie en het vervolgboek Handelingen. Alleen al het achttiende hoofdstuk van Handelingen bevat genoeg aanknopingspunten om Lukas eens flink op de proef te stellen. Want is hij eigenlijk wel zo’n betrouwbare historicus?
Jezus’ volgelingen zwermen na Zijn opstanding uit over de aarde. De arts Lukas doet daar verslag van. In het boek Handelingen legt hij vast hoe de eerste christelijke gemeenten ontstaan. De apostel Paulus speelt daarin een prominente rol. Lukas gaat met chirurgische precisie te werk. De details die hij noemt passen bij de archeologische vondsten in latere eeuwen. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar het achttiende hoofdstuk van Handelingen.
Stadhouder Gallio
De apostel Paulus ontmoet in Korinthe de Romeinse stadhouder Gallio. Paulus wordt aangeklaagd door zijn Joodse tegenstanders, maar Gallio spreekt hem vrij (Handelingen 18:12-17).
Over deze Gallio is vanuit buiten-Bijbelse bronnen meer bekend. Eind negentiende eeuw werd namelijk in de Griekse stad Delphi een inscriptie over hem gevonden. Deze inscriptie, die in negen stukken is gebroken, stelt historici in staat om Handelingen 18, en daarmee het optreden van Paulus, nauwkeurig te dateren. De inscriptie was aangebracht in de muur van de tempel van Apollo, tussen april en juli in het jaar 52, in opdracht van keizer Claudius. Gallio wordt een ‘vriend van de keizer’ genoemd, die hem van de situatie in Delphi op de hoogte heeft gebracht. De inscriptie kan exact worden gedateerd doordat hij twee verwijzingen bevat naar de carrière van Claudius zelf. Hiermee is het een exact gedateerd document voor de periode van Gallio als Romeins stadhouder of proconsul in Korinthe.
Maar wie was Junius Annaeus Gallio nu precies? Gallio werd rond het begin van de jaartelling geboren in Cordoba, een stad in het huidige Spanje. Hij was in het jaar 56 consul van de stad Rome, maar werd in 65 door keizer Nero gedwongen om zelfmoord te plegen (hoewel andere bronnen zeggen dat hij werd vermoord). En deze Gallio wordt dus op de inscriptie van Delphi genoemd als proconsul van Achaje.
Romeinse proconsuls dienden slechts één jaar op een bepaalde plaats, van juli tot het volgende jaar juni. Zij waren ook de hoogste rechter ter plaatse. Uit de Gallio-inscriptie kun je dus opmaken dat Gallio proconsul was in Achaje tussen juli 51 en juni 52 na Christus. Mogelijk was het korter, omdat hij om gezondheidsredenen zijn jaar niet vol maakte. Volgens Handelingen 18:12-17 verscheen Paulus als beklaagde voor Gallio in Korinthe. Als je ervan uitgaat dat de Joden Paulus aan het begin van Gallio’s bewind wilden laten veroordelen, moet deze ontmoeting in de zomer of de herfst van het jaar 51 hebben plaatsgevonden.
Wat gebeurde wanneer?
De Gallio-inscriptie stelt je in staat een absolute chronologie van Paulus’ loopbaan te reconstrueren. Daarmee lost ze een probleem op. Wat Lukas namelijk niet doet, is alles in zijn verslag exact dateren. Hij doet dat alleen in het begin, bij de geboorte en het optreden van Jezus (Lukas 2:1; 3:1-2); verder niet. De kruisiging en opstanding kunnen vanuit andere bronnen in 30 of 33 na Christus worden gedateerd, maar voor de bekering van Paulus en het vervolg van Handelingen zijn vrijwel geen tekstinterne gegevens. De Gallio-inscriptie levert die wel.
Paulus’ zendingsreizen
Paulus verbleef tijdens zijn tweede zendingsreis meer dan achttien maanden in Korinthe (Handelingen 18:11). Die periode valt dus (zo blijkt uit de Gallio-inscriptie) samen met het jaar 51. Vanuit dit ankerpunt kun je vervolgens zijn hele tweede zendingsreis plaatsen in de jaren 50 tot 52. Als je terugrekent, kun je dan ook zijn eerste zendingsreis dateren, namelijk in de jaren 46 tot 48, en zijn bekering vond dan plaats rond het jaar 35. De derde zendingsreis valt in de jaren 53 tot 57 en zijn aankomst in Rome (Handelingen 28) in 60 n.Chr.
Priscilla en Aquila
Paulus kwam dus in het najaar van het jaar 50 in Korinthe aan. Lukas vertelt aan het begin van Handelingen 18 dat hij daar Priscilla en Aquila ontmoette, een Joods echtpaar. Zij waren kort ervoor in de stad aangekomen vanuit Italië. Wat zou hun drijfveer geweest kunnen zijn om naar Korinthe te gaan? Er wordt in Handelingen 18 niet gesproken over het tot geloof komen van Priscilla en Aquila; vanaf het begin van het hoofdstuk zijn ze medewerkers van Paulus. Dit suggereert dat zij reeds in Rome christen zijn geworden. Lukas wist dat ze Rome hadden verlaten op bevel van keizer Claudius, want die had alle Joden uit die stad verbannen (Handelingen 18:1-2).
Suetonius
Lukas’ beschrijving van het bevel van keizer Claudius kan vanuit een andere bron worden ondersteund. Dat is de biografie die de Romeinse historicus Suetonius over Claudius schreef. Daarin staat een opsomming van maatregelen die de keizer nam: ‘De Joden die, opgehitst door Chrēstus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten, verdreef hij (keizer Claudius, -red) uit Rome.’ Suetonius gebruikt de naam Chrēstus en niet Christus. Chrēstus was een veelvoorkomende naam onder slaven, maar er is geen Jood met de naam Chrēstus in Rome uit die tijd bekend. Naar wie verwijst Suetonius dan? Veel klinkers, zoals de e en de i, werden toen ongeveer hetzelfde uitgesproken. Het is dan ook waarschijnlijk dat dit een verwijzing is naar Christus.
Suetonius zegt dus dat er ten tijde van Claudius onrust onder de Joden in Rome was betreffende Chrēstus. Dat zal wijzen op meningsverschillen over de vermeende Messias: was die Jezus van Nazareth nu wel of niet de verwachte Messias (Grieks: χριστός, christos)? Sommige Romeinse Joden gingen de Messias Jezus volgen, maar andere Romeinse Joden niet. De rust in de stad werd bedreigd en keizer Claudius besloot dat de Joden dan maar weg moesten. Dat was in het jaar 49. Dit verklaart waarom ook Priscilla en Aquila vertrokken. Zij kozen voor Korinthe, waar ze kort voor Paulus arriveerden.
De feiten kloppen
Buiten-Bijbelse bronnen laten op allerlei manieren zien dat Lukas over juiste informatie beschikte omtrent de politieke leiders Claudius en Gallio. En doordat de jaartallen van het bevel van Claudius en Gallio’s verblijf in Korinthe bekend zijn, kun je ook het openbare optreden van Paulus tot op het jaar nauwkeurig dateren. Deze casestudy toont aan dat er geen enkele reden is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van het Bijbelboek Handelingen.







































Praatmee