Marij staat als Adhocdocent voor de klas: “Ik wil graag iets betekenen voor anderen”

Wat begon als een handige bijbaan naast haar studie, groeide voor Marij Hout onverwacht uit tot iets dat haar diep raakt. Via Adhocdocent kwam de twintigjarige student terecht op de reformatorische Guido de Brès, waar ze inmiddels biologielessen geeft aan brugklassers. Daar ontdekte ze niet alleen hoe leuk lesgeven is, maar ook hoeveel impact een docent kan hebben. Jongeren iets leren, samen praten over geloof en merken dat leerlingen echt enthousiast raken door haar lessen: “Het geeft me meer voldoening dan ik ooit had verwacht.”
Marij studeert Mens en Techniek Gezondheidstechnologie, een opleiding waarin techniek en zorg samenkomen. Vooral het menselijk lichaam en het bedenken van praktische oplossingen voor problemen in de zorg spreken haar aan. “Ik wilde graag een studie doen waar je wel mensen helpt, maar niet per se naast het bed staat”, vertelt ze. “Meer via een andere weg.” Daarmee vond ze precies de combinatie die bij haar past: technisch bezig zijn en tegelijk iets kunnen betekenen voor anderen.
Het onderwijs stond aanvankelijk helemaal niet centraal in haar plannen. Ze kende mensen die via Adhocdocent werkten en kwam zo terecht bij de organisatie toen ze een bijbaan zocht naast haar studie. “In eerste instantie was het nog niet per se het onderwijs wat me aantrok, maar meer de leuke bijbaan”, vertelt ze. Het idee dat ze lessen kon waarnemen en daarnaast tijd had om aan haar studie te werken, sprak haar vooral aan. Pas later ontdekte ze hoeveel plezier ze daadwerkelijk uit het lesgeven haalde.
De eerste keer voor de klas vond Marij behoorlijk spannend. Zeker omdat ze als jonge student ineens voor groepen leerlingen stond die soms maar een paar jaar jonger waren dan zijzelf. “In het begin dacht ik wel: wat zullen ze van me vinden?” Vooral de eerste lessen aan de bovenbouw maakten indruk. Toch veranderde die spanning al snel toen ze eenmaal midden in de praktijk stond.
“Tijdens de les was het gewoon echt heel erg leuk”, vertelt ze. “We konden praten over vakanties, hobby’s en allerlei andere dingen. Ze waren ook super geïnteresseerd in mij.” De angst die ze vooraf had opgebouwd, bleek uiteindelijk veel groter dan de werkelijkheid. Natuurlijk zijn er momenten waarop leerlingen door de les heen praten of extra aandacht vragen, maar juist daarin groeide haar vertrouwen. “Ik had het veel groter gemaakt in mijn hoofd dan het uiteindelijk was.”
Op school kreeg Marij al snel complimenten over haar manier van lesgeven. Sommige collega’s noemden haar zelfs een geboren docent. Zelf blijft ze daar nuchter onder. “Het geeft wel zekerheid dat andere mensen vertrouwen in je hebben”, zegt ze. Bovendien geeft het haar veel energie: “Als ik van een dag thuiskom, kijk ik over het algemeen heel positief terug op de dag”, vertelt ze. Dat gevoel zegt volgens haar veel. “Als het zo leuk is, dan past het blijkbaar toch wel ergens bij me.”
Brugklassers vol verhalen en energie
Inmiddels geeft Marij vooral biologie aan brugklassen. Juist die leeftijdsgroep spreekt haar aan. Leerlingen komen nog maar net van de basisschool en zijn vaak zelf ook onzeker over alles wat nieuw is op de middelbare school. Tegelijkertijd brengen ze volgens haar veel enthousiasme mee. “Ze hebben altijd de leukste en gekste verhalen”, vertelt ze lachend. “Elke dag moet ik wel lachen, het is meestal erg gezellig.”
In haar lessen probeert ze theorie bewust af te wisselen met interactieve opdrachten en momenten waarop leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. Daarbij kijkt ze ook terug naar haar eigen schooltijd. “We weten allemaal welke lessen we fijn vonden en welke niet”, zegt ze. “Ik doe eigenlijk vooral dingen waarvan ik vroeger zelf dacht: dit werkt prettig.” Daarom probeert ze haar lessen niet te vullen met lange stukken theorie. Aan het begin van de les maakt ze graag eerst even tijd voor een kort gesprek met de klas, zodat leerlingen rustig kunnen landen in de les.
Juist in die dagelijkse omgang met leerlingen merkt ze hoeveel invloed een docent kan hebben. Een moment dat haar nog altijd bijblijft, was toen een meisje na een paar weken les naar haar toe kwam. “Ze zei: ‘Mevrouw, ik vond biologie op de basisschool echt het vreselijkste vak, maar nu vind ik het het leukste vak om naartoe te gaan.’” Dat vond Marij heel fijn om te horen: “Toen dacht ik: daarvoor doe ik het dus eigenlijk.”
Het combineren van lesgeven en studeren vraagt soms wel om discipline. Marij gebruikt haar vrije dagen volledig voor de voorbereiding van lessen, het maken van toetsen en het nakijken van werk. Vooral na grote toetsen kan dat flink druk zijn. “Dan zit ik ’s avonds soms ook nog wel even na te kijken en het lukt niet altijd om alles even snel na te kijken”, vertelt ze. Toch reageren haar leerlingen daar meestal begripvol op. “Als ik zeg dat ik het druk had met mijn eigen studie, dan zeggen ze eigenlijk altijd dat ze dat wel snappen.”
Dat Marij lesgeeft op een reformatorische school betekent veel voor haar. Niet alleen omdat ze zelf jarenlang leerling was op de Guido de Brès, maar ook vanwege de openheid waarmee er over geloof wordt gesproken. “Ik vind het heel fijn dat we elke dag met de Bijbel beginnen en dat we met leerlingen over God mogen praten.”
Vooral de manier waarop jonge leerlingen over geloof praten, raakt haar regelmatig. “Ze denken soms nog zo eenvoudig over geloof”, zegt ze. “Dat geeft ineens een hele andere kijk op dingen.” Volgens Marij kunnen volwassenen geloof soms ingewikkeld maken, terwijl kinderen vaak veel directer reageren. “Juist dat ‘kinderlijke geloof’ maakt het zo mooi.”
Hoewel ze het woord ‘roeping’ groot vindt klinken, merkt ze wel dat haar studie en het onderwijs voortkomen uit dezelfde motivatie. “Ik wil graag iets betekenen voor andere mensen en ik denk dat dat ook wel echt vanuit mijn geloof komt.”
Voor studenten die twijfelen of het onderwijs iets voor hen is, heeft ze daarom een eenvoudige boodschap. “Je kan het altijd proberen”, zegt ze. “Als je het niks vindt, dan stop je weer. Maar ik denk eigenlijk dat dat niet zo is, want het onderwijs is echt heel leuk.” Volgens haar ontdekken veel studenten pas in de praktijk hoeveel voldoening het geeft om jongeren iets mee te geven. “Het vak heeft zoveel verschillende kanten. Iedereen kan er op zijn eigen manier invulling aan geven.”




































Praatmee