Ethiopisch-orthodox christen Ababa: "Jarenlang heb ik op de vuilnisbelt gewerkt"

Het is een drukte van belang bij de winkelkraam van Ababa Berhanu. De 35-jarige vrouw verkoopt water en frisdrank aan voorbijgangers in Koshe, de beruchte afvalberg aan de rand van de Ethiopische hoofdstad Addis Ababa. Voor haar kraam is het een komen en gaan van bromfietsers en voetgangers. De winkel floreert, glundert ze. “Zo’n ander leven dan toen ik nog op de stinkende vuilnisbelt van Koshe woonde.”
Decennialang was Koshe de enige officiële vuilnisbelt van de stad. De naam ‘koshe’ betekent letterlijk ‘vies’ in het Amhaars. De zurige lucht is overal te ruiken, maar die kan de zonnige lach van Ababa niet verdrijven. “Jarenlang heb ik samen met mijn kinderen op de vuilnisbelt van Koshe gewerkt”, vertelt ze. “Dag en nacht verzamelden we plastic zakken, flessen en metaal. Na een paar dagen sorteren verkochten we de spullen aan tussenhandelaren.”
“We troffen Ababa aan toen ze afval aan het verzamelen was”, vertelt een projectmedewerker van HIDO. “We leerden haar kennen via haar zoontje van 10 jaar. Hij stond ingeschreven via ons onderwijsproject, maar kwam niet op school. Waarschijnlijk is hij van school gehaald omdat hij zijn moeder moest helpen met afval verzamelen en uitsorteren.”
Keerpunt
De ontmoeting betekende een keerpunt in het gezin, zij het stap voor stap. Omdat haar kind stond ingeschreven, mocht Ababa verschillende trainingen volgen. Ze deed mee aan activiteiten en kreeg ondersteuning van de gemeente. Daarmee kon ze een kleine onderneming starten: een kraam voor frisdrankverkoop. Zo kon ze het leven op de vuilnisbelt, waar ze zo lang had gewoond in een plastic tent en midden in het afval, helemaal achter zich laten.
Nu heeft Ababa een huurwoning voor 4.000 birr (omgerekend bijna 22 euro) per maand. Op steenworp afstand van Koshe, maar toch een plek waar haar kinderen veilig kunnen opgroeien. Haar dankbaarheid voor de huidige omstandigheden wil ze laten zien. “Ik ben een Ethiopisch-orthodox christen, al krijg ik niets via de kerk”, vertelt ze. “Dat verwacht ik ook niet, ik ben gelukkig. Ik vertrouw op God en dank Hem daarvoor.”
Naar school
Haar dagen hebben nu een vast ritme. ’s Ochtends maakt ze eten klaar voor haar drie kinderen en brengt hen om acht uur naar school. Daarna staat ze in haar kraam. “Daar blijf ik tot het lunchtijd is”, legt ze uit. “Na het eten sta ik ’s middags tot een uur of vijf weer in de winkel. Per dag verdien ik ongeveer 1.000 birr (ruim 5 euro). Dat is genoeg om de huur te betalen, maar ook consumpties, schoolgeld en schoolbenodigdheden voor mijn kinderen.”
Met een vrolijke lach vertelt Ababa hoe blij ze is om in een leefbare buurt te wonen en te werken. “Vroeger waren mijn kinderen vaak ziek. Door slechte voeding en de smerige lucht van de vuilnisbelt. Ik gaf veel geld uit aan dokters. Gelukkig is dat nu voorbij, de kinderen zijn gezond en krijgen onderwijs. Mijn grootste zorg zijn nu de stijgende prijzen voor levensonderhoud. Eigenlijk alles wordt duurder, je ziet het ook bij anderen. Vooral de huur, maar het lukt me nog steeds om rond te komen.”
Sparen doet Ababa nog steeds, want voor haar kinderen heeft ze grote dromen. “Ik ben lid van een spaargroep, een van de vele die HIDO heeft opgezet. Daar stort ik regelmatig een bijdrage in, tussen de 100 en 200 birr (1 euro). Verder leg ik iedere maand 100 birr in voor sociale activiteiten van de spaargroep. Dat kan alleen als ik verstandig omga met mijn inkomsten.” En met een stralend, hoopvol gezicht: “Ik doe het vooral voor mijn kinderen. Zodat ze later kunnen studeren en een goede baan krijgen. Het kan, dat geloof ik echt!”




































Praatmee