cip.nl is nu cvandaag.nl
Start gratis maand
Ds. P. L. de Jong
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Levensverhaal

Auteur: Jeffrey Schipper

Ds. P. L. de Jong: "Dominee is helemaal geen mooi beroep"

“Sommige dominees hebben de neiging om het predikantschap te romantiseren. Als ik dat lees, denk ik: ‘houd op! Het is ontzettend zwaar!’” In zijn boek ‘Sores en zegen’ deelt ds. P. L. de Jong hoogte- en dieptepunten die hij als dominee heeft meegemaakt. CIP.nl sprak met de markante emeritus-predikant in Rotterdam over het domineesbestaan, kerkregels en het dochtertje van Jaïrus.

cvandaag Premium logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door cvandaag Premium lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

“Als kind stond ik best serieus in het geloof,” vertelt de hervormde emeritus-predikant. “Dat geldt voor ons hele gezin. “Tijdens mijn Gymnasiumperiode had ik het gehad met de godsdienst. Wel bleef ik iedere zondag meegaan naar de kerk. Ik had geen zin in ruzie met mijn zussen. Dan zat ik daar op de kerkbank een beetje verveeld naar beneden te kijken.”

Ds. G. A. Zijderveld (1910-1992) zorgde er met zijn preken voor dat het hoofd van De Jong wat vaker omhoog ging. “Er was een moment dat hij in mijn richting wees en benadrukte het belang van bekering. Dat kwam binnen als een blikseminslag. Zonder dat hij zich daarvan bewust was. In die fase had ik niet zoveel met het geloof. Vergeet niet dat ik uit een familie van bouwers, aannemers en architecten kom. Diep van binnen dacht ik: ‘ooit ga ik naar de TU Delft om ingenieur te worden. Mooie dingen ontwerpen, veel geld verdienen en verder zie ik het wel.’ Tijdens die preek werd ik stilgezet en dacht na over wat ik met mijn leven wilde.”

Tijdens zondagse samenkomsten ging De Jong steeds beter opletten. “Als je dat doet, hoor je hoe het Evangelie in elkaar zit. Ik hoorde dat God ieder mens in liefde zoekt en ik daarop mag reageren in plaats van eindeloos tobben. Ik heb talloze preken gehoord waarvan ik opknapte. Ik kende iemand die cassettebandjes met preken doorgaf. Op mijn kamertje heb ik naar heel wat preken geluisterd!” In september 1968 schreef De Jong zich in Utrecht in aan de theologische faculteit. Zes jaar later ging hij voor het eerst aan de slag als predikant.

"Sommige dominees hebben de neiging om het predikantschap te romantiseren. Als ik dat lees, denk ik: ‘houd op!"

U heeft veel mooie dingen meegemaakt in Rotterdam. En toch schrijft u: ‘dominee zijn is niet het mooiste beroep van de wereld.’ Waarom?
“Sommige dominees hebben de neiging om het predikantschap te romantiseren. Als ik lees dat dominee zijn het mooiste beroep ter wereld zou zijn, denk ik: ‘hou op! Het is helemaal niet makkelijk.’ Ds. Nico ter Linden zei ooit op z’n Amsterdams: ‘het is een mooi vak, maar een rot beroep’,” vertelt De Jong lachend. Bij die uitspraak sluit hij zich aan. “Er is zoveel gezanik en gezeur in de kerk. Bovendien is het een ontzettend zwaar om dominee te zijn.”

Wat maakt het predikantschap zo zwaar?
“Als dominee ben je altijd beschikbaar,” maakt De Jong duidelijk. “Van een vijfdagenbaan is geen sprake. Dat altijd-beschikbaar-zijn is echt een kwestie van leren. Dat heb ik de mensen die in mijn gemeenten stage liepen altijd op het hart gedrukt. ‘al zit je bij André van Duin in de zaal, zorg dat je bereikbaar bent!’

Natuurlijk moet je grenzen stellen. In mijn ogen is het niet goed om langer dan zestig uur per week te werken. Ik spreek wel eens dominees die veertig uur werken. Als je heel gedisciplineerd bent, kan dat. Zelf ben ik dat niet. Op de meest onverwachte momenten staan mensen voor je deur of gaat de telefoon. Ook moet je iedere zondag klaar staan met één of twee preken. Sommigen denken dat die preek automatisch de computer uitrolt, maar ook daar gaat een intensief proces aan vooraf.

Bij het dominee-zijn speelt vooral de inhoudelijke zwaar drukkende vraag kijken: ‘hoe kun je een doorgeefluik zijn van de stem van God?’ Dat is echt niet zo leuk als het klinkt. De Bijbelse profeten klagen niet voor niets steen en been. Ook naar God. Velen vroegen zich af waarom God niet een ander had uitgekozen. Preken is niet alleen een kwestie van uitleg, maar is ook verkondiging. Stem van God zijn, wie kan dat?”

Als dominee heeft u ontdekt dat mensen belangrijker zijn dan kerkregels. Wat houdt deze ontdekking in?
“Toen we een visie samenstelden voor onze kerk in Rotterdam-Delfshaven hebben we gesteld dat mensen altijd belangrijker zijn dan kerkelijke regels. Daarmee zeg ik natuurlijk niet dat mensen boven het Woord van God staan. Gods Woord staat boven alles. De regels uit de kerkorde ondersteun ik van harte. Die zijn nodig om de kerk op te bouwen. Maar als het erop aankomt gaan mensen voor. Als mensen de kerk binnenkomen is het uitgangspunt om met ze mee te lopen, zodat ze uiteindelijk bij Jezus uitkomen.

"De formulering van een kerkregel is niet rechtstreeks afkomstig van de Heilige Geest. De verwoording verandert ook met de tijd. Dat mogen we niet vergeten."

Dan loop je wel eens tegen kerkregels aan. Denk bijvoorbeeld aan stellen die samenwonen. In onze kerk is het huwelijk heel belangrijk. En terecht! Maar deze mensen afwijzen is geen optie. Mijn eerste vraag is altijd: ‘wat kan ik voor je doen?’ Dat is ook de eerste vraag die de Heere Jezus stelt als Hij de blinde Bartiméus tegenkomt. De kans is groot dat die persoon van daaruit steeds dichter naar God en de Bijbel toegroeit. Af en toe een kleine stap met hen doen in de goede richting. Langzaamaan zal die persoon vervolgens snappen waarom er kerkregels zijn.

Soms ga ik vanuit die houding een grens over (volgens de kerkorde, red.). Maar daarmee verleg ik de normen niet. Soms is het goed om over je eigen grens heen te lopen om mensen vast te houden. En daarna handel ik weer volgens de kerkregels. De makkelijkste weg zou soms zijn: ‘ga naar een baptistengemeente als je je kind niet wil laten dopen.’ Maar vergeet niet dat mensen in onze gemeente hun zoektocht zijn begonnen en allemaal nieuwe contacten hebben opgebouwd. Daarom zei ik: ‘blijf bij ons en deze keer doen we het anders dan we gewend zijn.’

Het is niet zo dat de kerkorde verstoft en er niet toe doet. Een regel uit de kerkorde is uit goede, Bijbelse motieven gemaakt. Maar de formulering van een regel is niet rechtstreeks afkomstig van de Heilige Geest. De verwoording verandert ook met de tijd. Dat mogen we niet vergeten.”

Wat zegt u tegen critici die zeggen: ‘u bevindt zich op een hellend vlak’?
“In Rotterdam hebben we ons voorgenomen om nooit aan dat hellende vlak te denken,” antwoordt de dominee. “Als je mensen op weg helpt sla je een bepaalde bocht in. Maar je moet nooit de fout maken om op dat moment ook al aan een aan de volgende bocht te denken. Bij elke bocht denk ik: ‘hoe help ik deze man of vrouw?’ De mensen om wie het ging als we wel eens een grens over gingen, kwamen bijna allemaal bij God terecht. In die zin hebben ervaringen deze aanpak bevestigd. ‘En wie er morgen voor de deur staat, zie ik dan wel weer,’ dacht ik dan.”

Aan het einde van uw boek verwijst u naar het verhaal van Jezus en Jaïrus. Waarom?
“Een paar jaar terug, het was 14 mei. Op deze dag was Rotterdam in 1940 gebombardeerd. Ieder jaar staan we daar bewust bij stil. Ds. Kuipers vertelde een paar jaar terug over de vele grote kathedrale kerken van Europa die in 1945 allemaal letterlijk in puin lagen. In Berlijn, Dresden, Londen, Rotterdam en ga zo maar door. Achter hem waren de beelden op de beamer te zien. Tijdens dat moment viel mij op dat al die kerken inmiddels zijn herbouwd of gerestaureerd. Destijds lagen de kerken letterlijk in puin. Samen vormden ze het gezicht van het christendom in Europa.

Naar huis terug fietsend viel me het verhaal in van Jezus en het dochtertje van Jaïrus. De man is ten einde raad. Zijn kind is doodziek. Mensen vertelden onderweg dat het geen zin meer had om Jezus te halen. Maar Jezus gaat zichtbaar aan de boodschap voorbij en zegt tegen de man: ‘Wees niet bang, geloof alleen!’ Vervolgens gebeurde hét grote wonder in een besloten kamer. Dat vind ik dus een geweldige boodschap! In de kerk hebben we vaak het idee dat we trekken aan een dood paard. Maar juist op momenten dat we denken dat het is afgelopen, kan ons geloof zorgen voor een ommekeer. De beroepsklagers - langs de route van Jaïrus en vandaag de dag in onze kerken - hebben niet het laatste woord.”

cvandaag Premium logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor cvandaag Premium

Je las net een gratis cvandaag Premium artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand
Klik hier om het boek ‘Sores en zegen’ te bekijken of te bestellen

Praat mee

Alleen cvandaag Premium leden kunnen reageren op artikelen. Word ook cvandaag Premium lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Een predikant in een stad als Rotterdam, Den Haag of Amsterdam moet bijzonder flexibel zijn. Ben je dat niet, dan word je heel eenzaam en ongelukkig. Een gemeente in de stad is nu eenmaal veel minder homogeen dan een gemeente in een dorp.

Volgens mij was dominee De Jong in Delfshaven de juiste man op de juiste plaats. Hij heeft er ondanks wat gemopper van genoten. Juist als het allemaal heel ingewikkeld was.