cip.nl is nu cvandaag.nl
Start gratis maand
Ds. J. A. W. Verhoeven
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Kracht in dorheid: ds. Verhoeven spoort predikanten aan zich hun handoplegging te herinneren

Paulus zegt tegen Timotheüs: por het vuur wat op! Deze vermaning in 2 Timotheüs 1:6 is tegelijk een bemoediging. Paulus herinnert Timotheüs aan het moment van zijn bevestiging in het ambt. Dat is nuttig en heilzaam. Het gaat mij nu niet om de roeping tot predikant, maar om de vraag wat je daarmee doet.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Hoe ga je om met die roeping? Paulus vermaant Timotheüs: houd het vuur warm. Wees erin bezig. Als je er namelijk niet naar omkijkt, loop je het risico dat die roeping ten slotte verbleekt. Je doet wel het werk van een predikant, maar zouteloos, lusteloos, risicoloos. Je gaat op de automatische piloot. Er komt verzakelijking. De ambtenaar verdringt de ambtsdrager. Het lijkt eerder een beroep dan een roeping. Je kunt het uittekenen en uitrekenen in procenten fte. Je begon wel vol vuur, maar er kwam sleetsheid. Je raakte het contact kwijt met je drijfveren. De ijver voor God is gestold.

Moedeloosheid
Of wat ook kan: moedeloosheid slaat toe. Dat is overigens alleszins invoelbaar. Het predikantschap is een van de minst gewaardeerde beroepen in onze samenleving. Alles wat wij met veel inspanning proberen op te bouwen, lijkt weg te dwarrelen als stof. Trouwens, wie wil er nu werken bij de kerk? Het woord ‘kerk’ roept bij de gemiddelde Nederlander allerlei akelige herinneringen en gedachten op. Het laatste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau werkt ontnuchterend. De overheid ziet je welwillend als de betaalde coördinator van een vrijwilligersorganisatie. Geloven is een nuttige vrijetijdsbesteding. Misschien helpt het wel tegen de verbrokkeling van de samenleving.

Hoe ga je om met die roeping? Paulus vermaant Timotheüs: houd het vuur warm. Wees erin bezig.

En je eigen gemeenteleden? Officieel zien ze je als predikant, maar onderhuids? Als predikant ben je het oliemannetje, verbindend uiteraard, immer monter gestemd, toegankelijk voor alle mensen. Op zondag ben je authentiek, diepzinnig. Mensen willen immers aan het denken gezet worden. Maar graag wel zó dat je er in de praktijk iets mee kunt. Tegelijk: als gemeenteleden écht een vraag hebben die hen bezighoudt, dan gaan ze naar de huisarts, de therapeut of een zelfhulpgroep. Niet naar de dominee.

Kortom, het is een merkwaardige tweespalt. Aan de ene kant doe je er in feite niet toe. Je bent een wereldvreemde goedzak. Aan de andere kant wordt verwacht dat je alle problemen voorkómt, alle mogelijke spanningen ziet aankomen en op tijd weet te neutraliseren, en mensen van allerlei slag en ligging met elkaar in gesprek weet te brengen. Uiteraard in een geest van verdraagzaamheid.

Je moet een dikke huid hebben en communicatief wel bijzonder vaardig zijn, wil je als predikant overleven in deze ingewikkelde jungle.

Ambt
Wat ontbreekt er nu in dit alles? Het besef van ambt. Wat is dat: ambt? Dat weten wij natuurlijk wel, we zijn theologen immers. En toch. Het is niet ondenkbaar dat je ook zelf zo gaat denken, zoals de meeste mensen denken. Wij zijn namelijk niet ongevoelig voor wat er om ons heen gebeurt. De wind die door de gemeenten waait, waait ook door ons hart. Je plooit je naar het verwachtingspatroon. Onbewust ga je het zelf geloven: dat je volmaakt moet zijn in zelfbeheersing, geduld, zachtmoedigheid. In je hart sluipt iets binnen van: ik doe er eigenlijk niet toe, wie zit er op mij te wachten? Wie gelooft onze prediking?

Wat doe ik verkeerd?
Machteloosheid en onverschilligheid kunnen zich in je ziel gaan nestelen. Je raakt de betrokkenheid op Gods Koninkrijk kwijt. Je kunt niet meer innerlijk bij de liefde van God komen, zoals je die ooit ontvangen en ervaren hebt. Er blokkeert iets. Ik denk dat in deze laatste dagen satan zich speciaal werpt op dienaren van het Woord en hun gezinnen. We weten waar hij op uit is (2 Kor.2:11).

Herinner je handoplegging. Die vond plaats door een kring van oudsten, onder profetie (1 Tim.4:14).

Onderdeel van iets groots
Weersta de duivel, dan zal hij van u vluchten. Herinner je handoplegging. Die vond plaats door een kring van oudsten, onder profetie (1 Tim.4:14). Dat is belangrijk. Paulus legde Timotheüs de handen op (2 Tim.1:6). Daardoor worden dienaren van het Woord verbonden met de apostolische ooggetuigen, met de lange traditie van allen die Christus hebben ontmoet als de opgestane Heere.

Je gaat eeuwen zien, lange termijnen, een gouden draad. Je weet dat Eén het Hoofd van de kerk is: Christus. Hij waakt over haar, pleit voor haar, werkt door haar. Je wordt dienaar van de kerk. Ik meen dat we ons dat te weinig inleven. Je wordt onderdeel van iets groots, iets wat eeuwen verduurt en uitreikt naar alle mensen wereldwijd. Daar past geen geest van vreesachtigheid bij. Er is werkelijk geen reden om je te schamen voor het getuigenis dat Jezus de dood heeft overwonnen. Als je Christus dient met liefde, zul je ook Zijn kerk liefhebben. Je krijgt de kerk ook steeds meer nodig. Smalend spreken over de kerk is een uiting van zelfoverschatting.

Taak
Als een geest van vreesachtigheid je te pakken krijgt, herinnert de apostel ons aan het ambt. De handoplegging verbindt je aan de Heere Zélf. Je komt niet voor jezelf, niet namens jezelf. Je bent geroepen en gezonden. Dat is essentieel, daar is alles mee gezegd. Dat is dan ook onopgeefbaar. God doet wonderen door middel van het ambtelijke werk.

Die Ander, voor Wie je komt, is niemand minder dan God. God, Die de wereld in Christus met Zichzelf heeft verzoend. Door Christus is er toegang tot de Vader. Zonder Christus is er geen behoud, alleen eeuwige ondergang. Als je namens Christus komt, komt alles onder de spanning van het laatste oordeel. Er is dan geen enkele reden om te denken dat je werk er niet toe doet. Je begeleidt mensen op hun levensreis, op weg naar de ontmoeting met God. In prediking, catechese en pastoraat. Je doet je werk op het grensvlak van leven en dood. Je spreekt geslaagde en rijke mensen, hoog opgeleid, yuppen. En eenvoudige mensen, vertreden, geminacht. Zoveel gebutste mensen, kwijnende zielen, jong en oud. Je taak is om hen allen te laten ontdekken dat ze Jezus nodig hebben én om ze te leiden naar Hém toe.

Je bent geen therapeut. Een therapeut werkt met deskundigheid, met al zijn menselijke mogelijkheden. Wij werken met Woord en gebed. Wij zijn niet van de ggz, hoe goed die ook haar werk doet. Wij komen met Christus. Laat dat dwaas zijn, het dwaze van God is wijzer dan de mensen.

Geroepen
Maar dan moet je er zelf wel in geloven. Heb acht op uzelf. Overdenk deze dingen: dat je komt als geroepen. Niet op eigen initiatief, niet in eigen kracht, niet voor eigen eer.

Het aanblazen van het charisma van de Heilige Geest wordt ontvangen langs de weg van gelovige, kinderlijke omgang met het Woord van God.

Herinner je de handoplegging. Blijf daar voortdurend mee bezig. Je bent een begaafd mens. Niet naar wereldse maatstaf, maar wel krachtens je roeping. De handoplegging symboliseert immers de zalving met de Geest. Anderen hebben in jou de gave van de Heilige Geest gezien. Ze hebben je de handen opgelegd. Je bent geroepen, bevestigd als dienaar van het Woord, verbonden aan een gemeente. Laat dat niet versloffen.

Deze aansporing is een indringende vermaning om de Geest niet uit te blussen. Integendeel: wakker het vuur aan. Steeds weer, dag aan dag. Roep je elke dag de belofte te binnen dat de Heilige Geest eeuwig bij ons zal zijn, dat Hij ons in alle waarheid leidt. Bedenk dat de Heilige Geest Gód is, hier en nu werkzaam. Denk van Hem niet klein. De Heilige Geest komt nooit met lege handen. Hij maakt je gewillig en bereid om de Heere te dienen. Hij maakt je dan ook geschikt. Hij boetseert je leven. Hij heiligt je karakter naar het beeld van Gods Zoon.

Omgang met het Woord
Het aanblazen van het charisma van de Heilige Geest wordt ontvangen langs de weg van gelovige, kinderlijke omgang met het Woord van God. De Schriften zijn doorademd van de Geest. Je hoort er Gods eigen stem in. Als je dat gelooft, zul je er elke dag in lezen. Lees de Bijbel, gewoon van Genesis tot en met Openbaring. Ik ken een collega die elk jaar de gehele Bijbel leest. Dat zou toch eigenlijk de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld moeten zijn. Natuurlijk vind je niet elke dag nieuwe schatten. Maar wel met regelmaat. Want als de Bijbel opengaat en Gods woorden met gretigheid gegeten worden, zul je verrast worden, getroost, gevoed, tegengesproken, misschien ook verschrikt. Je zult in je nekvel gegrepen worden, beetgepakt, neergeworpen, bevrijd worden. Je zult beklemd raken en in ruimte gezet worden. In ieder geval: er gebéúrt iets. Want Gods Woord is levend en krachtig.

Je moet wel elke dag je eraan blootstellen, aan de woorden van de Heilige Geest. Wie dat consequent doet, gaat er ten slotte in ademen. Keer de bijbelwoorden om en om, steeds weer, in overpeinzende gedachten (Psalm 1: murmelen) en met vurige gebeden. Zo word je theoloog. De belofte is dat je vorderingen op elke gebied openbaar zullen worden (1 Tim.4:15). Je groeit erin: dienaar van het Woord te zijn. Tot je eigen verrassing.

Eigenheid
Wat is het mooi als het ambt en de persoon harmonieus samengaan. Je bent een uniek persoon. Het ambt drukt je menszijn niet weg. Je mag in je eigenheid het ambt uitoefenen. Het ambt betekent niet dat we allemaal precies op een A4’tje moeten passen. De veelkleurige genade van God kan niet in alle rijkdom, diepte en breedte worden verkondigd als we alleen maar elkaar napraten.

Dit leven met het Woord vraagt intussen wel concentratie en contemplatie. Het vraagt een actief verzet tegen machten die je geest willen verstrooien. Mijn ziel is stil tot God, van Hem is mijn heil. Dr. A. van Brummelen waarschuwde in zijn dagen al tegen ‘het spook van de veelbezigheid’. Het vuur wordt niet aangewakkerd door het vuur uit je sloffen te lopen, maar door stilte, door gefocust luisteren naar de stem van God, door ernst te maken met je roeping.

Wij denken: hoe meer beroepen iemand krijgt, hoe meer zegen hij verspreidt. Maar de Heere ziet je hart, Hij ziet de dingen die geen mens weet.

Verantwoordelijkheid nemen
Overigens kan roepingsbesef ook afvlakken, juist door luiheid. Gemakzucht voert ons via platgetreden paadjes naar het verderf. Geroepen zijn betekent: verantwoordelijkheid nemen, weten waar je staat, wie je bent, ván Wie je bent, en waartoe je leeft. Verwaarloos niet de gave die je hebt ontvangen. Wees niet traag wat uw inzet betreft. Wees vurig van G/geest (Rom.12:11). Dien de Heere met blijdschap. Hoe zou je trouwens ooit de Heere kunnen dienen zónder blijdschap?

Herinner u het moment van handoplegging. Denk eraan terug hoe er voor je gebeden is. Lees het formulier voor de bevestiging van een predikant. Dat kan kracht geven in dagen van beproeving, in dorre tijden, als de gedachte in je opkomt dat alles tevergeefs is. ‘Heere, ik ben er toch niet zelf aan begonnen? U hebt het op mij gelegd. Voltooi het dan ook.’ Leg het steeds terug waar het veilig is: in handen van Christus. Is Hij Zélf niet in alle aanvechting steeds teruggevallen op Zijn bevestiging in Zijn ambtelijke dienst, toen Hij door Johannes de Doper werd gedoopt?

Geen beroepen
De Heere oordeelt heel anders dan mensen. Mensen zien aan wat voor ogen is. Wij denken: hoe meer beroepen iemand krijgt, hoe meer zegen hij verspreidt. Maar de Heere ziet je hart, Hij ziet de dingen die geen mens weet. Ik sprak eens een collega, die mij vertelde dat hij een jubileum had: hij stond twaalf en een half jaar in de gemeente, en hij had nooit een beroep gekregen. Hij zei eerlijk: het valt me zwaar. Soms denk ik: wat doe ik eigenlijk? Ben ik wel geschikt voor dit werk? Veel later sprak ik diezelfde collega weer. Hij had opnieuw een jubileum, nu 25 jaar. Nog altijd zonder ooit een beroep gekregen te hebben. Hij zei toen: ik ben enorm dankbaar, de Heere heeft me zó verbonden aan Zijn gemeente hier en er is zegen wanneer het Woord opengaat. Achter zo’n getuigenis gaat een stil leven schuil, dag aan dag, al die dagen, in eenvoud, dicht bij God. Door de moeiten heen is er vastheid gegroeid: ik ben gekend, ik ben geroepen, ik mag dienen.

Heb ik nu grensverleggende of revolutionaire dingen gezegd? In het geheel niet. Alleen maar heel eenvoudige dingen. Maar de eenvoudige dingen worden het eerste vergeten. Daarom onderstreep ik ze. Of líjkt het allemaal heel eenvoudig? Het vraagt een leven lang oefening in gebed om deze dingen je eigen te maken. Want zo gaat het: op je knieën. Was dat tóén niet je houding, toen je de handen zijn opgelegd?

Herinner je je handoplegging. Je staat in het ambt. Je bent geroepen dienaar van het Woord. Het is ernst. Je legt verantwoording af aan de Heere. En zo, door gebondenheid aan Christus, word je innerlijk vrij.

Ds. J. A. W. Verhoeven is predikant van de hervormde wijkgemeente van bijzondere aard te Krimpen aan den IJssel en voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Geïnteresseerd in meer lezenswaardige artikelen? Neem een jaarabonnement. Als welkomstgeschenk ontvangt u De Waarheidsvriend twee maanden gratis. Of maak gebruik van deze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,-!

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Praat mee

Alleen cvandaag Premium leden kunnen reageren op artikelen. Word ook cvandaag Premium lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Citaat: "De handoplegging symboliseert immers de zalving met de Geest."

De doop in Gods geest gaat vaak gepaard met handoplegging, maar niet altijd.

De 'zalving met de Geest' is niet een theologische formaliteit, maar als het goed is, de daadwerkelijke vervulling met de geest van God van een gelovige. Pas hierdoor wordt hij gezalfd, d.w.z. een christen.

Dan gaan ook de gaven van Gods geest in Hem werken (1 Kor. 14:1), waarvan het kunnen bidden in nieuwe talen het bewijs is van de doop in de geest van God (Hand. 10:44,45).