Op hoge bergen en in goedkope hostels: het evangelie onder Israëlische backpackers

Je ziet ze overal waar de bergen hoog zijn en de hostels goedkoop: jonge Israëli’s met een grote rugzak. Velen hebben net hun diensttijd in het Israëlische leger achter de rug en verlangen, na jaren van strakke discipline, het volgen van orders en het dragen van verantwoordelijkheid, naar vrijheid. Onder meer Zuid-Amerika, India, Nepal of Thailand vormen dan het decor van hun ‘grote reis’. Naast hun zware rugzak dragen deze jonge backpackers vaak ook veel vragen met zich mee: Wie ben ik zonder mijn uniform? Hoe verwerk ik alles wat ik heb meegemaakt? Wat geloof ik eigenlijk? En waar is God in dit alles?
Deze fase is ook herkenbaar voor Dean Chariker. Zijn grote reis werd groots: een massah, een ontdekkingsreis naar Jesjoea, de Messias van Israël. Dean groeide op in een modern-orthodox Joods gezin. Zijn ouders namen het geloof serieus, en dat was in alles duidelijk merkbaar. Koosjer eten was vanzelfsprekend, de sjabbat werd gevierd en het gezin ging regelmatig naar de synagoge. De Joodse tradities waren bepalend voor de familie. Als jongen droeg Dean een keppeltje en een talliet katan, een gebedsmantel die onder de kleding wordt gedragen. Hij kende de gebeden uit zijn hoofd en was actief betrokken bij het religieuze leven. Voor hem was het duidelijk: zo hoorde het Joodse leven eruit te zien. Zijn geloof gaf hem richting, zekerheid en een sterke identiteit.
Een leider
Toen Dean achttien werd, ging hij net als bijna alle Israëli's in dienst. Al snel kreeg hij als jonge commandant leiding over soldaten en moest hij soms moeilijke beslissingen nemen. Ook tijdens religieuze momenten nam Dean zijn rol serieus en leidde hij vaak een deel van de dienst, omdat hij de gebeden en rituelen goed kende. Daarover zegt hij later: "Het leven was duidelijk en goed. In de IDF had ik structuur, doelen en verantwoordelijkheden." Dean was een geboren leider. Hij wist wie hij was en waar hij voor stond. Totdat een brief zijn leven volledig op zijn kop zette.
De brief
Bijna aan het einde van Deans diensttijd ontving zijn familie een officiële brief van het Israëlische opperrabbinaat. Daarin stond dat de Joodse status van de familie mogelijk niet werd erkend.
Voor een Israëli heeft zo’n verklaring enorme gevolgen. Het raakt de kern van je identiteit. Plotseling werd alles wat ze altijd vanzelfsprekend hadden geacht, in twijfel getrokken. Zonder deze erkenning kun je bijvoorbeeld niet Joods trouwen of begraven worden op een Joodse begraafplaats. Ook word je niet meegeteld voor een minjan, het minimumaantal van tien mensen dat nodig is voor een gebedsdienst.
De oorzaak lag in een beslissing van Deans grootmoeder. Toen zij in 1948 vanuit Europa naar Israël emigreerde, liet ze op haar papieren ‘christen’ zetten uit angst voor vervolging. Ze had de Holocaust meegemaakt en wist hoe gevaarlijk het kon zijn wanneer er ‘Joods’ op je documenten stond. In werkelijkheid was zij volledig Joods en voedde ze haar gezin op volgens de Joodse tradities, maar na haar overlijden kwam de hele kwestie aan het licht. Ze kon het zelf niet meer uitleggen.
Dean herinnert het zich nog goed: "De brief stortte onze familie in een diepe crisis. We hadden altijd gedacht dat we volledig Joods waren. Plotseling leek alles onzeker. We waren in de war en boos. Voor het eerst vroeg ik me af: Ben ik wel wie ik dacht dat ik was? Ben ik eigenlijk wel Joods? Het was een pijnlijke en verwarrende confrontatie."
De grote reis
Net als veel andere jonge Israëli’s pakte Dean na zijn dienstperiode zijn rugzak en vertrok naar Zuid-Amerika. Even vrijheid en ruimte om adem te halen. Maar met die ruimte kwamen ook de vragen.
Tijdens hun rondreis ontmoeten Israëlische backpackers elkaar en praten ze vaak met elkaar over hun tijd in het leger: over de moeilijke missies, vrienden die gewond raakten of omkwamen, morele dilemma’s en schuldgevoelens. Ook denken ze na over de toekomst. Dat gold ook voor Dean.
Terwijl zijn familie thuis worstelde met de papieren rond hun religieuze status, voerde Dean zijn eigen innerlijke strijd. Hij was boos, verward en verlangde naar zekerheid en duidelijkheid.
Op een dag wandelde hij met een vriend in de bergen van Ecuador. Tijdens de tocht vroeg Dean of hij even alleen mocht zijn. Daar, op de berg, barstte hij los. Gefrustreerd schreeuwde hij het uit naar God: "Waarom laat U mij dit meemaken? Waarom weet ik niet meer wie ik ben?" Dit keer waren er geen vaste gebeden of rituelen; het was een rauwe kreet om hulp.
Toen gebeurde er iets wat hij nog steeds niet goed kan verklaren. Plotseling kwamen deze woorden in zijn gedachten: "Waarom geef je Mij de schuld? De dingen waar je zo boos over bent, komen niet van Mij."
Hoewel Dean schrok, voelde hij tegelijkertijd ook een diepe rust. En toen flitste er nog één zin door zijn hoofd: "Maak je geen zorgen. Ik kom naar je toe."
Eén woord
Eenmaal terug in het hostel probeerde Dean zijn ervaring op te schrijven. Maar het lukte niet; het enige wat hij op papier kreeg, was één Hebreeuws woord: Jesjoea. Het voelde mysterieus en intrigerend. Niemand in zijn omgeving begreep het.
Zijn nieuwsgierigheid groeide met de dag. Hij voelde dat hij moest ontdekken wat dit woord betekende. Na enige tijd kwam hij erachter dat Jesjoea de Hebreeuwse naam is voor Jezus. Hij zag een video waarin werd uitgelegd dat Hij de Messias was, degene die Gods beloften aan Israël vervulde.
Aanvankelijk reageerde Dean met ongeloof en boosheid. "Wat moet ik hier als Jood mee?" dacht hij. Alles wat hij geleerd had leek tegen deze ontdekking in te gaan. Toch bestelde hij een Nieuw Testament, vooral om zichzelf te testen en te bewijzen dat Jesjoea niet de Messias kon zijn.
Mattheüs spreekt
Toen Dean begon te lezen in het evangelie van Mattheüs, werd hij verrast. Het boek was duidelijk geschreven voor een Joods publiek. Abraham en David werden genoemd, en er werd verwezen naar vervulde profetieën.
Terwijl hij las, herkende en proefde hij steeds weer de woorden die hij op die berg in Ecuador had gehoord: "Ik kom naar je toe." Het was een mix van herkenning én erkenning, nu via het Woord. God opende Deans hart, en hij kon niet anders dan geloven: Jesjoea ís de Messias.
Hierna zocht hij andere gelovigen op en ontdekte stapsgewijs dat hij in Jesjoea vergeving had gekregen. Eindelijk vond hij de innerlijke rust en wist hij wie hij was! Een Joodse volgeling van Jesjoea, de Messias van Israël.
Terug naar de backpackers
Via-via kwam Dean in contact met het Massah-project van Jews for Jesus. Dit project richt zich speciaal op het Evangelie voor de Israëlische backpackers. Dean ging opnieuw op reis, nu niet als toerist maar als begeleider. Nu als iemand die had gezocht en daadwerkelijk had gevonden. Zijn ervaring als IDF-officier hielp hem om een brug te slaan: hij sprak de taal van de backpackers, kende hun cultuur en begreep wat zij hadden meegemaakt.
Wanneer het kan, deelt Dean zijn verhaal: over de crisis rond zijn identiteit, de berg in Ecuador en hoe het lezen van Mattheüs zijn leven veranderde. Hij moedigt backpackers aan om zelf de Bijbel te lezen en te ontdekken dat Jesjoea geen vreemde 'christelijke' god is, maar de Joodse Messias van Israël. "De meeste backpackers", zegt Dean, "zijn jongeren met een verhaal. Sommigen dragen trauma’s, sommigen zoeken richting en sommigen worstelen met geloof en traditie. Juist in deze tussenfase kan een open Bijbel een enorm verschil maken."
Relatie en luisteren
Voor Dean draait alles om relaties. Echt luisteren, samen tijd doorbrengen en laten merken dat je om iemand geeft, zijn voor hem de sleutel.
Juist dan ontstaan de gesprekken die ertoe doen, over leven, geloof en God. Meestal begint hij het gesprek met eenvoudige vragen: "Hoe was je diensttijd? Hoe gaat het met je? Hoe denk jij over God?" Heel vaak volgen er dan echte gesprekken, waarbij ook de Bijbel vanzelf opengaat.
Veel Joden zijn bang dat geloven in Jesjoea betekent dat je geen Jood meer bent. Dean legt dan uit dat het tegendeel waar is. Als Joodse gelovige is hij juist nog méér verbonden met zijn volk, viert hij nog steeds de Joodse feesten en leest hij de Tenach, maar nu in het licht van de Messias!
Elke dag zwerven duizenden Israëlische backpackers over de wereld, vaak met prangende vragen. Dean kent hun vragen, maar heeft ook de antwoorden. Daarom zoekt hij hen op: met een open Bijbel, een luisterend oor en een krachtige, hoopvolle boodschap voor hun toekomst. Misschien staat er vandaag wel ergens op een berg een jonge Israëliër, ver weg van huis, die het uitschreeuwt naar boven. Ook voor hem of haar is daar dan Gods liefdevolle belofte: "Maak je geen zorgen. Ik kom naar je toe."
Tijdens het programma krijgen deelnemers aan het Massah-project Bijbelonderwijs en training in het delen van hun geloof. Ze leren hoe zij hun eigen hun eigen volk kunnen bereiken met het Evangelie. Meer informatie: jewsforjesus.org/massah




































Praatmee