"Dit verdriet heeft geen naam": De pastorale betrokkenheid van een predikant bij miskraam en stilgeboorte

Ds. Johan Carl van Trigt (1960) is sinds 1993 predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Hij vertelt over de wijze waarop hij zijn pastorale betrokkenheid bij rouw rondom miskraam en stilgeboorte invulling geeft en wat we als christenen kunnen betekenen voor elkaar. Het bijzondere van zijn benadering: ook zelf maakte hij dit verlies van dichtbij mee.
Van Trigt heeft in zijn pastorale werkzaamheden als gemeentepredikant verschillende keren te maken gehad met het begeleiden van ouders van wie een kindje is overleden tijdens de zwangerschap of kort na de geboorte. Maar wat zijn benadering bijzonder maakt, is dat hij ook zelf deze vorm van verlies van dichtbij meemaakte. “Wij hebben twee miskramen gehad”, vertelt hij openhartig. “Deze kinderen horen bij ons gezin, daarom spreek ik bewust over ‘onze kinderen’. Ik kan me ook nog heel goed herinneren dat een collega met zijn vrouw op bezoek kwam. Hij zei tegen mijn vrouw: ‘jouw baarmoeder is een graf geworden.’ Hij zei dat op zo’n manier dat het troost gaf. Mijn eigen ervaring maakt dat ik ook kan invoelen wat mensen doormaken.”
Naamloos verdriet
Van Trigt benadrukt dat verlies van een kind tijdens de zwangerschap of vlak daarna een andere dimensie heeft dan andere vormen van rouw. “Je bent ouder, maar je kan geen ouderlijke zorg verlenen. Er is geen naam voor wat je bent. Als je je ouders verliest, ben je wees. Als je je partner verliest, ben je weduwe of weduwnaar. Maar als je een kind verliest vóór of kort na de geboorte, is er geen woord voor. Dat zegt al iets. Dit is verdriet dat onze taal niet kent. Ik noem dat naamloos verdriet.”
En juist daarom, zegt hij, is het zo belangrijk dat de kerk een ruimte is waarin die naamloosheid erkend wordt. “Mensen hoeven niet overspoeld te worden met theologische verklaringen of goedbedoelde opmerkingen. Ze hebben iemand nodig die naast hen zit en het verdriet tevoorschijn wil luisteren. Er zijn voor mensen die dit verdriet doormaken is heel belangrijk.”
De kracht van rituelen
Zijn eigen verlies heeft Van Trigt gevormd in zijn gevoeligheid voor symboliek en ritueel. “Na onze eerste miskraam kregen we van een ouder gemeentelid een beeldje: een hand met daarin een kindje. Dat beeldje staat nog altijd in onze woonkamer. Dat soort tastbare herinneringen zijn zó waardevol. Ze helpen om het leven, hoe kort ook, een plaats te geven. Wij hebben drie levende kinderen, maar voor ons horen de twee kinderen die we verloren ook bij ons gezin. Dat zijn ook onze kinderen.”
In het geval van een stilgeboorte, begeleidt hij ouders in het vormgeven van de rouwdienst. “Als ik voor het eerst na de geboorte bij ouders thuiskom, dan laten ze vaak de aangeklede babykamer zien. Die is dan leeg, met vaak een klein mandje of kistje, waarin het kindje ligt. Dus de babykamer die een en al blijde verwachting uitstraalt, laat dan de bittere realiteit zien van leven dat in de knop gebroken wordt. Tijdens dat eerste bezoek geef ik ouders vaak veel ruimte om te vertellen wat ze ervaren en hoe ze zich voelen.”
Soms gaat zijn rol verder dan het voorbereiden van de dienst. “Ouders vragen soms ook advies voor de formulering van het geboorte- of rouwkaartje. Ik heb ervaren dat ouders het prettig vinden als je meedenkt. Ook raad ik vaak aan om de liturgie op papier af te drukken, ondanks dat we tegenwoordig schermen gebruiken in de kerk. Zo hebben ouders een tastbare herinnering aan de rouwdienst.”
Het voorbereiden van de rouwdienst
Hij neemt ruim de tijd voor het voorbereiden van de rouwdienst of dienst van woord en gebed. “Het invulling geven aan deze dienst doe ik echt in nauw overleg met de ouders. Ik heb een raamwerk voor de dienst, maar die vul ik samen met hen in. Waarbij er alle ruimte is dat ze zelf suggesties geven voor psalmen of liederen en een moment hebben tijdens de dienst om zelf iets te zeggen. Ik begeleid ze wel, door bijvoorbeeld opties aan te dragen, dat is ook mijn taak als predikant. Voor mij zijn de Evangelieverkondiging en het gebed fundamenteel. Dat je woorden van troost en bemoediging mag bieden is voor mij de kern.”
Een afscheidsdienst kan plaatsvinden in een kerk of aula, maar hij heeft ook een dienst in een woonkamer geleid. “Het kindje lag in een mandje op de tafel. De familie zat eromheen. Dat was zó intiem, zo persoonlijk. Dat vergeet ik nooit meer. Wat me ook diep raakt, is als ik ouders zelf het mandje of het kistje met hun kindje zie dragen en in het graf leggen. Ik probeer bij het graf dan woorden te vinden die dicht bij de werkelijkheid van dat moment staan.
Geen standaardzinnen zoals: ‘We bestellen nu onze broeder of zuster in Christus ter aarde’. Maar echt woorden over dat kind, voor die ouders, door de naam van het kindje te noemen en ook de troost bieden die gelovige ouders mogen hebben.”
Geen antwoorden, maar handwoorden
In het pastoraat is hij erg nabij aan de rouwende ouders. “Mijn rouwpastoraat is erg intensief. In het eerste jaar na dat het kindje is geboren, ga ik elke maand op pastoraal bezoek bij de ouders. Dan bied ik ruimte om te vertellen hoe het met hen gaat en luister naar hun verdriet en hun onvervulde verlangen. In die gesprekken komen ook regelmatig de waaromvragen naar voren. Die vragen laat ik altijd staan. Soms wordt gezegd: je moet niet vragen ‘waarom’, maar ‘waartoe’. Daar ben ik het niet mee eens. De Heere Jezus stelde aan het kruis ook de waaromvraag. Hij heeft onze waaromvragen aan het kruis gedragen Bij Hem is er ook ruimte om ook onze waaromvragen te stellen”
Of ik als predikant antwoorden geef? “Die antwoorden heb ik zelf vaak niet. Ik zeg wel tegen ouders: ‘je krijgt misschien geen antwoorden, maar zijn er wel handwoorden?’ Daarmee bedoel ik dat ze woorden of handreikingen van God krijgen waardoor ze wel verder kunnen. Ook bidden we of God de drukkende last van de waaromvraag weg zal nemen.”
“Er staan ook hele bemoedigende teksten in Gods Woord die ouders troost kunnen bieden”, vertelt van Trigt. “In psalm 139 lezen we dat God het leven vanaf het eerste begin kent. In Jesaja 49 zegt de Heere: Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten.”
Verschillen in rouw
In de pastorale begeleiding ziet hij hoe verschillend rouw kan zijn. “Iedereen rouwt anders. Soms reageren mannen en vrouwen totaal verschillend. Een moeder draagt het kind letterlijk onder haar hart. Voor een vader is het anders. Het is wel belangrijk om als ouders daarin bij elkaar steun te zoeken.”
Soms merk ik dat er meer hulp nodig is, dan verwijs ik door. Dat is belangrijk, dat je goed weet waar je eigen rol ophoudt. Maar als predikant mag je blijven spreken over God. Over hoop. Over troost. Over het geloof dat dit leven niet voor niets was.”
Aandacht voor verlies in de eredienst
Ook in de kerkdienst probeert Van Trigt aandacht te hebben voor dit verdriet. “In doopdiensten noem ik bijna altijd in de voorbeden ook echtparen die geen kinderen hebben gekregen, ouders van wie een kindje gestorven is of met een miskraam te maken hebben gekregen. Dat maakt de dienst eerlijker. Je benoemt niet alleen de zegen, maar ook het gemis. De eredienst op zondag noem ik groot huisbezoek. Pastorale verkondiging die je doet vanaf de kansel. Dat heb ik in het bijzonder gedaan toen ouders die eerder een kindje verloren, hun geboren kindje lieten dopen. Ik preekte toen over Naomi, waarbij ook het verdriet om het verlies van haar man en zonen, naast de blijdschap stonden van het nieuwe leven dat haar schoondochter Ruth ontving.”
Soms krijgt hij daar reacties op. “Als ik het niet noem, krijg ik wel eens een mail: dominee, waarom noemde u het niet? En dat snap ik. Mensen voelen zich dan vergeten. Dat wil je voorkomen.”
Echt luisteren
Van Trigt benadrukt het belang van echt luisteren naar wat er gezegd wordt. “Soms vertellen mensen wel eens tussen neus en lippen door: ‘toen hebben we een miskraam meegemaakt’. Dit kun je horen als een mededeling, maar je kunt ook luisteren naar wat ze daarmee willen zeggen. Vaak ligt onder die ene zin een behoefte om erover door te spreken. Die ruimte moet je dan bieden, bijvoorbeeld door te vragen ‘hoe hebben jullie dat ervaren?’.
Ik herinner me nog het verhaal van een vrouw die jaren geleden was bevallen. Haar kindje werd gelijk na de bevalling weggehaald. Waar het is gebleven weet niemand. Maar wat een verdriet, ze had niet eens een grafje om naar toe te gaan. Ze had een leegte in haarzelf, een ongekend heimwee. Doordat men er vroeger op deze wijze mee omging, ontken je de waarde van het leven. Het is heel belangrijk om juist ook aandacht te hebben voor deze groep ouders, die in de vorige eeuw hun kindje verloren.”
Veilige kerken
Het zijn van een veilige kerk, betekent ook dat er ruimte is om in alle openheid en verlies van een kindje te bespreken, daarbij maakt het niet uit hoelang dat geleden is. Als Christelijke gemeente ligt daarin ook een taak om die ruimte te bieden. Daarnaast is het als christenen belangrijk om er voor elkaar te zijn. Juist door naast ouders in rouw te gaan zitten en naar ze te luisteren, zonder gelijk te komen met een goed bedoeld advies. Je mag ook eerlijk benoemen: ‘ik heb er geen woorden voor, maar ik wil er voor je zijn’. Wat belangrijk is, is dat we dit verdriet niet bagatelliseren, dat is iets wat te vaak gebeurt.”
Denkt u dat we deze kinderen weer terugzien? “Ik geloof dat onze kinderen bij God zijn. Ze zijn door Hem gekend. Ze zullen daar zijn zoals God hen bedoeld had. Hoe precies? Dat weet ik niet. Maar ik vertrouw erop dat het goed is. Ik geloof dat we elkaar in de hemel zullen herkennen als kinderen van God, als broeder of zuster in Christus. Dat is de hoop die ik ook anderen wil aanreiken.”
Een kind verliezen tijdens de zwangerschap of bij de geboorte is een ingrijpend verlies. Hoe kun je hier als ouder, familielid of als kerk op een christelijke manier mee omgaan? Op vrijdag 3 oktober 2025 organiseert Schreeuw om leven, in samenwerking met Driestar Educatief, een informatieavond over dit thema. Er wordt aandacht besteed aan zowel Bijbelse inzichten als persoonlijke ervaringen. Meld je hier aan.



































Praatmee